Zoeken

Grondwettelijk Hof vernietigt uitzonderingsregel van 4/5e meerderheid voor afbraak of heropbouw

In de nieuwe Wet op de Mede-Eigendom van 2018 werd voorzien dat de Algemene Vergadering van de VME met een vier vijfde meerderheid kon beslissen om het gebouw af te breken en herop te bouwen omwille van hygiëne, veiligheid of de buitensporige kostprijs voor de aanpassing van het gebouw aan de wettelijke bepalingen. Het Grondwettelijk Hof heeft op 20 februari 2020 deze bepaling uit de Appartementswet vernietigd.


Het Grondwettelijk Hof motiveerde dat dermate beslissing zo'n grote impact op het eigendomsrecht van een mede-eigenaar heeft waardoor een extra controle door de vrederechter nodig is. Het Hof is van mening dat bijkomende waarborgen nodig zijn om van een billijk evenwicht te kunnen spreken tussen het algemeen belang en de bescherming van het recht op een ongestoord genot van de eigendom.


De VME (en niet de mede-eigenaar die niet akkoord gaat met de sloop- of heropbouwbeslissing) moet op eigen initiatief haar beslissing aanhangig maken bij de vrederechter. De vrederechter moet hierop volgend de wettigheid van de beslissing beoordelen en kan de hoogte van de compensatie bepalen (al dan niet op basis van een advies van een expert).


De nieuwe regeling wordt geacht nooit te hebben bestaan, maar in een overgangsmaatregel is niet voorzien. Tot nader order is unanimiteit opnieuw vereist.